Columns Em. Prof. dr. Cees de Baat

Em. Prof. dr. Cees de Baat

Sinds zijn pensionering is Cees de Baat op diverse terreinen adviseur van Fresh Unieke Mondzorg. Dit werk doet hij met erg veel plezier en hij ervaart het als bijzonder waardevol dat hij op deze manier nog een klein steentje mag bijdragen aan het verbeteren van de mondgezondheid van vooral kwetsbare en zorgafhankelijke mensen. Hij probeert wetenschappelijk en zorginhoudelijk zo goed mogelijk op de hoogte te blijven van de internationale en nationale ontwikkelingen op dit terrein. Over wat zijn gedachten naar aanleiding hiervan bezighouden, schrijft hij elke maand een korte column.

Slikproblemen door gebrek aan speeksel

Recent werd ik door een zeer bezorgde mevrouw telefonisch benaderd met het verzoek advies te geven over de orale problematiek van haar moeder. Via via had zij vernomen dat ik mij bezighoud met mondzorg voor kwetsbare en zorgafhankelijke ouderen. Haar moeder is een 78-jarige weduwe die sinds het overlijden van haar echtgenoot in een woonzorgcentrum is opgenomen. Die opname was noodzakelijk gezien haar gevorderde staat van dementie. De echtgenoot had kort voor zijn plotselinge overlijden al aangegeven dat de mantelzorg door hem bijna niet meer te doen was. Het orale probleem van de demente weduwe was dat zij al enkele maanden slecht at en tijdens het kauwen afwerende gebaren maakte die duiden op pijn of ongemak. Dit gebeurde zelfs als het voedsel volledig gepureerd werd aangeboden. De verantwoordelijke specialist ouderengeneeskunde had geadviseerd een tandarts in te schakelen omdat het haar niet zou verbazen als de volledige gebitsprothesen de oorzaak van het probleem zouden zijn. Nadat ik mij bereid had verklaard mij in deze problematiek te verdiepen, heb ik de demente vrouw in aanwezigheid van haar dochter bezocht en, zoals te doen gebruikelijk, een volledige anamnese afgenomen en een onderzoek verricht van het volledige orofaciale systeem. Om een lang verhaal kort te maken, vermeld ik hier alleen dat ik tot de conclusie kwam dat de alleszins acceptabele functie van de volledige gebitsprothesen niet de oorzaak van de geschetste problematiek kon zijn. Wel kwam ik door een eenvoudige observatie tijdens een maaltijd tot de diagnose dysfagie oftewel problemen bij het slikken. Tevens bleken de orale slijmvliezen gortdroog en leidde palperende stimulering van de grote speekselklieren slechts met moeite tot afgifte van een zeer geringe hoeveelheid speeksel. Daarmee lag dus ook de diagnose hyposialie, oftewel onvoldoende speekselproductie, voor de hand. Omdat mevrouw al voor zij dement werd te maken had met angstgevoelens, depressiviteit en niet nader te definiëren pijn, gebruikte zij al jarenlang het tricyclische antidepressivum nortriptyline. Van dit medicament is bekend dat hyposialie een vaak voorkomende bijwerking is. Mijn belangrijkste adviezen voor de dochter en de specialist ouderengeneeskunde waren derhalve mevrouw veel te laten drinken, vooral tijdens het eten, en zo mogelijk de medicatie met nortriptyline af te bouwen. Natuurlijk blijf ik de casus volgen om te kunnen beoordelen of mijn adviezen de uitwerking hebben die ik verwacht: normalisering van de speekselsecretie en de slikfunctie en verbetering van de voeding. Deze casus presenteer ik hier omdat ik ervaar dat de combinatie van dysfagie en hyposialie een vaker voorkomend probleem is. Met maar al te vaak hyposialie als de kip en dysfagie als het ei.

Voorbarige interpretatie van onderzoeksgegevens

In de column van oktober 2019 heb ik gewezen op het gevaar van verdrijving van correlaties tussen mondgezondheid en algemene gezondheid. En in de column van oktober 2010 vroeg ik aandacht voor onjuiste conclusies die onderzoekers soms trekken. Toen ging het om een relatie tussen kauwvermogen en cognitie, die de onderzoekers verleidden tot de voorbarige stelling dat het in stand houden of herstellen van posterieure occlusiekracht gaat leiden tot preventie van dementie

Mantelzorgers kunnen "verborgen patiënten" zijn

Thuis oud worden wordt gestimuleerd omdat dit meer voordelen lijkt te bieden dan nadelen. In geval van toenemende zorgafhankelijkheid wordt echter veel gevraagd van de personen die zich over een thuiswonende oudere ontfermen. Dit kunnen professionele zorgverleners van een organisatie voor thuiszorg zijn, maar het zijn vooral mantelzorgers. Ook als professionele thuiszorg wordt geboden, ligt nog altijd de primaire zorgtaak in handen van de mantelzorgers. In veel gevallen is de huwelijkspartner of de partner met wie een oudere (langdurig) in een ander type relatie samenleeft de hoofdmantelzorger. Soms worden deze partners ondersteund door mantelzorgende (klein)kinderen, andere familieleden, vrienden en buren. Omdat het aantal thuiswonende zorgafhankelijke ouderen hand over hand toeneemt, vormen alle mantelzorgers tezamen zo langzamerhand de grootste thuiszorgorganisatie van Nederland.